Kunstwerken: Helmut van Galen

Meer informatie over deze kunstenaar

Van Galen begon zijn artistieke ontdekkingsreis met natekenen.Dat begon op ongeveer veertienjarige leeftijd. Het ging er toen om te overwinnen wat je ziet. In die tijd trok ik er dagelijks op uit om te tekenen, en later schilderen. Na mijn opleiding tot onderwijzer heb ik een jaar per fiets Frankrijk rondgetrokken. Ik werkte her en der, schilderde en verkocht mijn werk op markten. Na twee jaar op de Gerrit Rietveld Academie heb ik een opleiding tot leraar schilderen voltooid aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. De academie was mijn huiskamer, mijn atelier, waar ik heel wat avonden doorwerkte. Ik realiseerde me toen al dat ik geen docent wilde worden, maar zelfstandig kunstenaar. Schilderen was voor mij het allerbelangrijkste. Toch geef ik nu nog steeds drie dagdelen in de week les aan volwassen amateurschilders.’
Vast thema

Al snel wist Van Galen dat hij zich met zijn werk wilde richten op de uitdieping van één vast thema. ‘In het begin schilder je vooral alles wat je vindt en meemaakt van je af. Maar op een gegeven moment vroeg ik mezelf af wat ik nou echt wilde en wat bij mij hoort. Ik wil niet lukraak
wat schilderen.’ Het eerste thema waar van Galen zich op richtte was ‘Archipaints’, een combinatie van architectuur en ‘painting’. Hij schilderde bijvoorbeeld de structuur van een gebouw met grote kleurvelden en lijnen erin. In de loop der tijd werden deze gebouwen met kleurvelden echter binnenruimtes. ~Ik had toen een atelier in een oude molen in Heemstede en die ‘binnenruimte’ is een aantal jaar mijn inspiratiebron geweest. Ik schilderde de ruimte niet na, maar gebruikte delen ervan. Vervolgens vormde ik deze delen om tot een nieuw geheel. Dit deed ik uit mijn hoofd en van tevoren wist ik ook niet wat het eindresultaat zou worden. Het beeld ontstond.’
Kleurvlakken

Het gaat Van Galen in zijn werk alleen om de ruimte en niet om het bijbehorende interieur. ‘In het begin waren de ruimtes die ik schilderde nog redelijk herkenbaar, maar in latere werken laat ik de herkenbare elementen, zoals een tafel en een balk, steeds meer los. Wat ik namelijk wil is de kern laten zien van een ruimte, zonder alle franje , zonder afleiding. De verschillende losse elementen uit de ruimte werden vervolgens kleurvlakken, die meer ‘to-the-point’ waren. Het beeld dat ontstond werd dus abstracter en kleuriger. Het werk krijgt daarbij een bepaalde spanning door het gebruik van licht en kleur en ook door het ritme van de banen die ontstaan door de verschillende kleurvlakken en lijnen.
Landschappen

Het derde thema, waar Van Galen zich vanaf 2002 mee bezig houdt heeft de werktitel: “Buitenruimte”. In dat jaar deed ik mee aan een tentoonstelling dat als onderwerp had: zicht op Haarlem. Eerst wist ik me daar geen raad mee, want ik schilderde binnenruimtes en geen landschappen. Toch kreeg ik op een gegeven moment de smaak te pakken en sindsdien heb ik het thema buitenruimte niet meer kunnen loslaten. Ik schilder verstilde vergezichten in gestapelde, horizontale banen. Kleur, licht en diepte geven de landschappen -bijvoorbeeld een polderlandschap of een kustlijn- hun eigen karakter en sfeer:
Uiteindelijk wil Van Galen met zijn werk een na—beleving van een ruimte creëren. ‘Een schilderij moet een niet specifieke, maar wel voor iedereen herkenbare ruimte oproepen. Schilderen is een indirecte of vertraagde vorm van communiceren. Ik wil schilderijen maken die mensen herkennen en begrijpen, maar die ze ook verrassen. Dat ze spontaan roepen dat ze het zo nog niet bekeken hadden. Elk werk moet prikkelen; het moet meer zijn dan alleen een mooi landschap.’
Degelijkheid

Van Galen gaat op een heel degelijke en gestructureerde manier om met zijn werk. ‘Ik dwing mezelf er al jaren toe me altijd en
alleen met dat ene thema ruimte bezig te houden. Hierin ben ik heel gedisciplineerd. Ik laat niets anders toe. Er moet een bepaalde rode draad zijn waaraan ik mijn werk ophang. Ik dwing mezelf er ook toe om zo geregeld mogelijk te werken. Die degelijkheid, die lange adem is een noodzakelijkheid voor mij. Ik kan ook heel lang bezig zijn met een schilderij. Ik geef niet op voordat het goed is.’
Van Galen realiseert zich wel dat hij zich beperkt door zich altijd maar op hetzelfde thema te richten. ‘Je beperkt je aan de ene kant, maar beperking betekent voor mij ook verdieping. Hoe langer je immers aan een thema werkt, des te moeilijker en uitdagender het wordt. Je kunt jezelf namelijk niet herhalen en je moet steeds dieper gaan,jezelf steeds weer verbeteren. Knelpunten moeten uit de weg worden geruimd. Zo leer je je eigen zwakheden kennen. Je wordt ook steeds kritischer. Soms iets té kritisch. Op die momenten ben ik ook niet altijd even prettig in de omgang voor mijn omgeving.